Liefde in de samenleving

10 februari 2016

Als de wereld heel en één is, dient liefde ook in de maatschappij centraal te staan. Maar dat is nu niet zo. Aeterna’s liefde is slechts sporadisch waarneembaar, enkel in de periferie. Liefde is bewustzijn, liefde is bewust in het moment aanwezig zijn, en liefde is dus ook mijzelf verantwoordelijk maken.

Als ik bewust ‘in liefde’ aanwezig ben, maak ik mijzelf verantwoordelijk voor mijn bestaan op aarde. Vreugde en verdriet liggen in mijn handen, en in mijn hart. Dat weet ik, en daar handel ik naar. Maar liefde gaat veel verder. In de huidige wereld ben ik bijna nergens meer echt zelf verantwoordelijk voor. Mijn huis wordt gebouwd, mijn voedsel elders geproduceerd, mijn warmte komt uit een radiator, mijn kinderen krijgen onderwijs in scholen waar zij en ik amper zeggenschap hebben (laat staan vrijheid), mijn ontlasting spoelt weg in een zwart gat, mijn werk wordt mij gedicteerd door bazen, mijn kleding wordt aan de andere kant van de wereld gemaakt, mijn afval dump ik op een vuilnisbelt en ’s avonds laaf ik mij op de bank passief aan entertainment dat van verre uit een plat beeldscherm op mijn netvlies binnenkomt.

Wat creëer ik nog zelf?
Waar ben ik nog écht verantwoordelijk voor?
Waarin ben ik nog écht vrij?
Waarin ben ik nog écht de goddelijke schepper?
Wat maak en produceer ik van begin tot eind nog zelf?

De wereld is niet in balans, omdat de mens al sinds lange tijd niet meer verantwoordelijk is. De mens voelt zich ook niet verantwoordelijk, omdat hij niet in verbinding is. En hij is niet in verbinding, omdat hij niet in liefde leeft. Hoe kan ik mij verantwoordelijk maken voor mijn voedsel, afval en energie, als ik daar niet vanuit mijn hart en liefde mee in verbinding ben? Ik ben niet betrokken bij de start en het einde van het productieproces en niet verantwoordelijk voor mijn afval. Als ik voornamelijk consumeer en mij verder weinig afvraag, ben ik niet in verbinding, niet in liefde aanwezig. Het ‘ik’ is bezig met de korte termijn en met zijn eigen behoeftes. Als deze behoeftes maar op een comfortabele manier en op de korte termijn worden vervuld, kijkt het ‘ik’ verder niet op of om. In die zelfzuchtige en gemakzuchtige houding van het ‘ik’ zit geen liefde.

De wereld is niet in balans, omdat de mens al sinds lange tijd niet meer verantwoordelijk is. De mens voelt zich ook niet verantwoordelijk, omdat hij niet in verbinding is. En hij is niet in verbinding, omdat hij niet in liefde leeft. Hoe kan ik mij verantwoordelijk maken voor mijn voedsel, afval en energie, als ik daar niet vanuit mijn hart en liefde mee in verbinding ben? Ik ben niet betrokken bij de start en het einde van het productieproces en niet verantwoordelijk voor mijn afval. Als ik voornamelijk consumeer en mij verder weinig afvraag, ben ik niet in verbinding, niet in liefde aanwezig. Het ‘ik’ is bezig met de korte termijn en met zijn eigen behoeftes. Als deze behoeftes maar op een comfortabele manier en op de korte termijn worden vervuld, kijkt het ‘ik’ verder niet op of om. In die zelfzuchtige en gemakzuchtige houding van het ‘ik’ zit geen liefde.

Liefde is pas aanwezig als het ‘wij’ en de lange termijn in het bewustzijn centraal staan. Ons huidige bestaan is onnoemelijk veelzijdig en complex. Het bestaat uit duizenden kleine deelgebieden. In de materiële buitenkantwereld neemt het ‘ik’ slechts actief deel aan een zeer gering percentage van zijn totale werkelijkheid. Alleen op die onderdelen denkt hij actief participant en beslisser te zijn, en enkel voor die paar delen maakt hij zich verantwoordelijk. Voor de rest van het bestaan is het ‘ik’ slechts toeschouwer en consument. Of hij maakt zich toeschouwer en consument door geen betrokkenheid te tonen. Hij woont, werkt, consumeert en leeft op de automatische piloot, zonder de aanwezigheid van hart, ziel, bewustheid en liefde.

Als je geen betrokkenheid hebt en toont, is er geen verbinding, is er geen verantwoordelijkheid en is er geen liefde. Als liefde ontbreekt, kunnen mens en samenleving niet in balans zijn. Dat is een oerwet van Aeterna’s universum. Liefde dient het fundament van elk samenleven te zijn, en dus van elke samenleving. Liefde is de enige kracht die mensen voor de lange termijn, in voor- en tegenspoed, op een rechtvaardige, duurzame en sociale wijze met elkaar verbindt. Als liefde in de maatschappij ontbreekt, gaat het ‘ik’ grensoverschrijdend, zelfzuchtig, gewelddadig, destructief en nog meer vormen van liefdeloos en afgescheiden gedrag vertonen. Ook dat is een oerwet van het bewustzijn, maar we zijn zover van de liefde afgedreven, dat we deze oerwet zijn vergeten.

Al mijn gedrag is een uiting van liefde of een verlangen naar liefde. Dát is wie ik ben en dát is hoe mijn bewustzijn in elkaar zit. Als de liefde er niet mag of kan zijn, en niet geleefd kan worden, is zelfs duister gedrag een vermomming van het verlangen naar liefde. Om uitwassen van liefdeloos gedrag te voorkomen, legt de samenleving vervolgens aan het ‘ik’ onnoemelijk veel wetten, regels en vergunningen op. Niets mag meer, tenzij toegestaan. Heel het bestaan, van voedsel en wonen tot onderwijs en zorg, is volledig afgebakend en bepaald. Het stelsel van wetten, regels en vergunningen is een liefdeloze eenheidsworst. Het ‘ik’ wordt gedegradeerd en gemarginaliseerd tot een nummer. Hij is niet langer een mens met een hart en een ziel, een uniek wezen, een goddelijk geschapen Mensgod. Hij is vervallen tot een casus, een dossier, een reeks data in een computer.

Door deze eenheidsworst waar wij allen aan zijn onderworpen, worden hart en ziel uit het bestaan gehaald. De goddelijkheid is duizenden jaren geleden al uit de mens gehaald, toen God door de machthebbers als een onbereikbaar ideaal buiten hemzelf werd geplaatst. Door hart en ziel nu óók uit mens en maatschappij te snijden, wordt zelfs het menselijke uit de mens gehaald. De maatschappij wil van mij nu een volgzaam apathisch wezen maken dat vrijwel nergens meer echt eigen initiatief kan en mag nemen.

Ik leef in een sterk afgebakend en afgegrendeld dagelijks bestaan. Ik voel me een zwijgzame robot, een slaaf, een zombie. Het enige dat ik echt mag en moet, is werken en geld verdienen. En veel consumeren, zodat de economie van geld en materie volop blijft draaien. Alleen op die onderdelen waan ik mijzelf vrij en ben ik enigszins verantwoordelijk. Maar tegelijkertijd word ik door de wereld waarin ik leef op allerlei manieren beïnvloed, bestookt, gemanipuleerd, afgebakend, in mallen gegoten, geconditioneerd en gehersenspoeld. Er wordt van alles van mij verwacht en ik moet aan talloze voorwaarden voldoen. Daardoor word ik innerlijk leeggemaakt, kleingehouden en gekortwiekt.

Ik voel mij onvrij.
Ik voel mij een nummer.
Ik ervaar stress.
Ik mag zo weinig.
Ik moet zoveel.

Dit is de grondtoon van mijn dagelijkse maatschappelijke realiteit. Ik leef zogenaamd in vrijheid, maar ik mag steeds minder, moet steeds meer en wordt steeds meer gecontroleerd en in de gaten gehouden.

Aart van Wijk

It's Love